Overslaan en naar de inhoud gaan

Verontreinigde sites

Hoe een met radioactieve stoffen verontreinigde site karakteriseren ?

De principes van de karakterisering van een met radioactieve stoffen verontreinigde site zijn essentieel dezelfde als voor een verontreiniging door andere toxische stoffen.

  • Op basis van de historiek van de site wordt bekeken of nucleaire of NORM-‘risico-activiteiten’ op het betrokken terrein plaatsvonden of indien reststoffen afkomstig van deze risico-activiteiten daar werden begraven. De lijst van de NORM-risico-activiteiten komt essentieel overeen met de lijst van de beroepsactiviteiten waar natuurlijke stralingsbronnen worden aangewend. Voorbeelden van risico-reststoffen worden ook teruggenomen in de  technische leidraad van het FANC voor de operatoren van installaties voor de verwerking, de opwaardering en de recyclage van de NORM-reststoffen.
  • Screeningsmetingen worden uitgevoerd ten einde de aanwezigheid van een radioactieve verontreiniging te bepalen. Dit kan een meting zijn van de externe straling aan de oppervlakte van het terrein, met als doel een eventuele lokale verhoging van het stralingsniveau aan te tonen. De meting heeft evenwel enkel zin indien de afdeklaag niet te dik is. Anders zal deze de externe straling afkomstig van de verontreinigde laag afschermen. Deze metingen kunnen worden vervolledigd door een analyse van een aantal bodemstalen, een analyse van de radioactiviteit in het grondwater en een radonmeting in het bodemgas.
  • Indien deze screeningsmetingen een positief resultaat geven, wordt een meer gedetailleerde karakteriseringstrategie ontwikkeld en wordt het blootstellingsrisico ingeschat in functie van het huidige en toekomstige gebruik van het verontreinigde terrein.
  • In geval van een significant risico, worden gepaste sanerings- of risicobeheersmaatregelen bepaald. Toch zullen in vele gevallen de toegepaste maatregelen voor de aanpak van de meestal ook aanwezige niet-radioactieve component van de verontreiniging voldoende zijn om ook het radiologische risico te beperken.

Het FANC stelde aanbevelingen op betreffende de karakterisering van verontreinigde sites alsook de interventieniveaus (of referentieniveaus).

De radiologische analyses vereisen op gespecialiseerde laboratoria beroep te doen; gespecialiseerde expertisebureaus kunnen ook de schatting van de radiologische risico uitvoeren. Hier kan u een niet-exhaustieve lijst van laboratoria en studiebureaus vinden. Deze lijst wordt puur ter informatie vermeld en impliceert in geen enkel geval de verantwoordelijkheid van het FANC, noch haar voorkeur. Er bestaat vandaag in België geen erkenningssysteem voor de deskundigheid in radioactieve bodemverontreiniging.

Nuttige links

Het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) ontwikkelde verschillende programma's en projecten met betrekking tot de problematiek van de remediëring van de verontreinigde sites. De websites van deze IAEA-programma's refereren naar verschillende literatuurlijsten over radioactieve bodemverontreiniging: methodologie, voorbeelden van verontreinigde sites en van remediëringstechnieken enz.

  • ENVIRONET (Network of Environmental Management and Remediation)
  • EMRAS II (Environmental Modelling for Radiation Safety)
  • MODARIA (Modelling and Data for Radiological Impact Assessments)

In de VS ontwikkelde het Environmental Protection Agency (EPA), in samenwerking met andere Amerikaanse agentschappen, een gedetailleerde methodologie voor de karakterisering van de met radioactieve stoffen verontreinigde sites en voor de risico-inschatting.

Wat Engeland betreft, zie de website van het Environmental Agency, in het bijzonder de rubrieken:

  • Guidance to help local authorities to carry out the initial stages of inspection of potential radioactive contaminated land sites;
  • Radioactive contaminated land exposure assessment.

Wat Frankrijk betreft, zie onder andere de methodologische gids van het IRSN.

Dienstverleners