Overslaan en naar de inhoud gaan

Persoonlijke vergunning voor het gebruik van niet-ingekapselde bronnen in de nucleaire diergeneeskunde

Persoonlijke vergunning voor het gebruik van niet-ingekapselde bronnen in de nucleaire diergeneeskunde

Niet-ingekapselde bronnen mogen in de nucleaire diergeneeskunde alleen worden gebruikt onder de verantwoordelijkheid van een dierenarts die hiervoor persoonlijk vergund is door het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (artikel 21 van Besluit diergeneeskundige blootstellingen).

Om in aanmerking te komen voor een persoonlijke vergunning voor het gebruik van niet-ingekapselde bronnen in de nucleaire diergeneeskunde, dient een dierenarts een opleiding van universitair niveau genoten te hebben welke bestaat uit minstens volgende onderdelen

en hierover met succes een kenniscontrole te hebben ondergaan.

Dierenartsen vergund voor het gebruik van niet-ingekapselde bronnen in de nucleaire diergeneeskunde, dienen hun kennis en bekwaamheid op gebied van stralingsbescherming op peil te houden en te vervolmaken in het kader van een permanente vorming die aangepast is aan de toegepaste methodes en technieken (artikel 23 van Besluit diergeneeskundige blootstellingen). Deze permanente vorming bedraagt minstens 4 uur per jaar.

 

Laatst aangepast op: 
26/05/2020