Overslaan en naar de inhoud gaan

Bestuurlijke maatregelen

Voor een inbreuk worden er door de FANC-wet 5 mogelijk maatregelen voorzien: 3 bestuurlijke maatregelen, waarbij er acties aan de operator worden opgelegd en 2 maatregelen waarbij de operator sancties krijgt opgelegd.

In het kader van de inspecties kan de nucleaire inspecteur het rechtvaardigen om enkel een specifieke maatregel op te leggen. Hij kan deze tevens combineren.

1. Waarschuwing

In afwijking van artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering, hebben de nucleaire inspecteurs het recht om waarschuwingen te geven en de overtreder een termijn op te leggen om zich in regel te stellen. Deze termijn mag niet meer bedragen dan 6 maanden (herinneringen inbegrepen). De waarschuwing kan worden vermeld in het inspectieverslag.

2. Injunctie

Dit 2e niveau dient door de nucleaire inspecteur te worden toegepast om een situatie van een voortdurende inbreuk (bv. het 1e niveau heeft er niet toe geleid dat de inbreuk geregulariseerd werd), of een recidiverende inbreuk (bv. eenzelfde inbreuk wordt bij een operator opnieuw vastgesteld nadat er de eerste keer reeds administratieve maatregelen werden getroffen en/of administratieve sancties werden opgelegd) te regulariseren.

In dit kader ontvangt de operator een injunctie. De verplichtingen die voortvloeien uit een injunctie worden genomen met naleving van artikel 10quater van de wet van 15/04/1994. Ze zijn van dezelfde aard als de veiligheidsmaatregelen.

Voor deze maatregel vaardigt de nucleair inspecteur een FANC-besluit uit.

3. Injunctie met een dwangsom                         

De injunctie kan gepaard gaan met een dwangsom om te garanderen dat ze effectief door de verantwoordelijke operator wordt uitgevoerd (zie artikel 10sexies van de wet van 15/04/1994).

De oplegging van een dwangsom wordt geformaliseerd in een FANC-besluit.

Het FANC vordert de niet geïnde dwangsommen.