Overslaan en naar de inhoud gaan

Zesde vergadering van het gezamenlijk verdrag

De zesde plenaire vergadering van de verdragsluitende partijen bij het Gezamenlijk Verdrag (GV) inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval werd van 21 mei tot 01 juni 2018 op de zetel van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) te Wenen gehouden.

Zeven maanden voor deze bijeenkomst heeft België, zoals voorgeschreven, een nationaal verslag opgesteld dat op 23 oktober 2017 aan het IAEA werd overgemaakt. Dit verslag wordt door de andere verdragsluitende landen bij het GV onderzocht en zij hebben schriftelijke vragen geformuleerd over het Belgisch nationaal verslag.

Voor de vergadering van de verdragsluitende landen heeft het FANC het proces gecoördineerd om een antwoord op deze vragen te formuleren. Op 20 april 2018 heeft het de antwoorden aan het IAEA overgemaakt.

Tijdens de eerste week van de voltallige bijeenkomst van de verdragsluitende landen heeft de Belgische delegatie, die bestaat uit deskundigen van het FANC, Bel V en NIRAS een presentatie gegeven voor de onderzoeksgroep van 10 landen die aan de Belgische delegatie was toegewezen en heeft zij mondeling geantwoord op de vragen die er werden gesteld.

Door deze onderzoeksgroep werd er een verslag opgemaakt van de Belgische situatie.

Volgens dit verslag werd er op de volgende domeinen goed gescoord:

  1. De ontwikkeling en het gebruik bij inspecties van specifieke instrumenten m.b.t. de vaststellingen inzake de veiligheidscultuur;
  2. De continue verbetering van het reglementair kader met, onder andere, de vorderingen op het gebied van de noodplannen, de ontmanteling en de opslag van radioactief afval en van de bestraalde splijtstof;
  3. De verduidelijking van de rol en de verantwoordelijkheden van het FANC en NIRAS;
  4. Het volledig onderzoek van het acceptatiesysteem voor afval van de toekomstige oppervlaktebergingsinstallatie, met inbegrip van de actieplannen om het niet-conform afval te beheren.

Er werden eveneens uitdagingen geïdentificeerd:

  1. Verderzetting van het robuust programma om de problemen met de belangrijke non-conformiteiten die tijdens inspecties werden ontdekt, op te lossen, zoals bijvoorbeeld de vorming van een gelachtige uitloop op het laagactief afval afkomstig van de kerncentrales;
  2. Verduidelijking van het statuut en het beleid m.b.t. de verbruikte splijtstof;
  3. Goedkeuring en implementatie van het beleid voor het langetermijnbeheer van hoogactief afval;
  4. Uitwerking van een plan voor het radiumhoudend afval;
  5. Finalisering van de reglementaire technische leidraden m.b.t. de ontmanteling (vrijgave, vrijgave van de site, human resources en vergunningsproces);
  6. Rekening houden met de gevolgen van de kernuitstap voor de recyclagecircuits;
  7. Verderzetting van het vergunnings- en bouwproces van de oppervlaktebergingsinstallatie;
  8. Voorbereiding van het einde van de uitbating en de ontmanteling van de centrales, voorzien tussen 2022 en 2025.

Er werden tevens voorstellen gedaan:

  1. België wordt ertoe aangezet een planning op te maken om tot een beslissing te komen m.b.t. het beleid voor het hoogactief afval, de verbruikte kernbrandstof en het radiumhoudend afval.
  2. België wordt gestimuleerd om het systeem van de financiële waarborgen voor alle operatoren te voltooien.

De tweede week van de vergadering werd gewijd aan de identificatie en de compilatie van de belangrijke kwesties die bij het onderzoeksproces geïdentificeerd werden en op basis waarvan het eindverslag van de vergadering werd opgemaakt.

Op de plenaire vergaderingen werden vooral de volgende primordiale kwesties onderzocht en besproken:

  1. Uitvoering van de nationale strategieën voor het beheer van bestraalde splijtstof en radioactief afval;
  2. Gevolgen van het langetermijnbeheer van bestraalde splijtstof voor de veiligheid;
  3. Personeel, perfectionering van het personeel, financiering en andere domeinen m.b.t. de human resources;
  4. Verhoging van de doeltreffendheid van de regelgeving om het hoofd te kunnen bieden aan de moeilijkheden bij de toepassing van de nationale strategieën;
  5. De link tussen het langetermijnbeheer en de definitieve berging van afgedankte ingekapselde radioactieve bronnen;
  6. Sanering van voormalige sites en oude installaties;
  7. Internationale en regionale samenwerking.

België heeft dus aan zijn verplichtingen voor deze onderzoekscyclus voldaan en bereidt zich voor om hetzelfde te doen voor de zevende toetsingsvergadering die van 24 mei tot 05 juni 2021 zal plaatshebben.

Voor meer info: IAEA News