Overslaan en naar de inhoud gaan

Historiek

Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) is operationeel sinds 1 september 2001. Op die dag trad de regelgeving in werking waarbij het Agentschap bevoegd werd om zijn wettelijke opdrachten uit te voeren.

Terugblik

Op 16 juli 1976 besliste de Belgische regering een onafhankelijk controleorgaan voor nucleaire activiteiten op te richten. In navolging van het ongeval dat op 28 maart 1979 plaats vond in de kerncentrale van Three Mile Island (VS), werd de Nationale Organisatie voor de Controle van de Nucleaire Activiteiten in het leven geroepen, een coördinatiestructuur in de plaats van het onafhankelijke controleorgaan waartoe de regering in 1976 had beslist.

Het plan voor de oprichting van een onafhankelijk overheidsorgaan werd voor tien jaar opgeborgen tot de parlementaire commissies, opgericht in Kamer en Senaat naar aanleiding van de zaak SCK-Transnuklear en naar aanleiding van de kernramp in Tsjernobyl in maart 1986, het idee opnieuw van onder het stof haalden.

Op 8 december 1988 keurde de voltallige Senaat de aanbevelingen goed van de Interministeriële Commissie voor de nucleaire veiligheid en de staatsveiligheid op nucleair gebied. Een dag later besloot ook de regering tot de oprichting van de voorgestelde overheidsinstelling.  Vijf jaar later werd de wet geconcipieerd en aangenomen door het Parlement.

Inwerkingtreding van de wet

Op 15 april 1994 ondertekende de Koning de wet tot oprichting van het Agentschap voor Nucleaire Controle - eerst Nationaal Agentschap genoemd en daarna omgedoopt tot Federaal Agentschap – en deze verscheen op 29 juli 1994 in het Belgisch Staatsblad. De wet is via verschillende koninklijke besluiten stapsgewijs in werking getreden, tussen september 1996 en september 2001, waarbij telkens een bijkomende reeks wetsartikelen in werking werd gesteld.

Op 1 september 2001 trad het Agentschap dan uiteindelijk volledig in werking. Op 30 augustus 2001, twee dagen vóór de officiële start, legden de inspecteurs van het Agentschap plechtig de eed af in de handen van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, de heer Antoine Duquesne.