Overslaan en naar de inhoud gaan

Effecten van ioniserende straling

Aangezien radioactiviteit aanwezig is in de naturur, worden we in normale omstandigheden allemaal blootgesteld aan natuurlijke radioactiviteit. Dit betekent dat het lichaam voortdurend doorkruist wordt door ioniserende straling. Wanneer deze straling door ons lichaam heen gaat, kunnen ze onze lichaamscellen beschadigen. Meestal is dit niets bijzonders omdat het menselijk lichaam is uitgerust om deze schade te herstellen.

Echter, wanneer de blootstelling aan ioniserende straling heel intens of geconcentreerd in tijd is, slagen de herstelmechanismen in ons lichaam er minder goed in de beschadigde cellen te herstellen. Sommige cellen worden vernietigd. Anderen kunnen zich ongecontroleerd in het lichaam vermenigvuldigen met hun beschadigde DNA, waardoor bijvoorbeeld een kwaadaardige tumor kan ontstaan.

De effecten van blootstelling aan straling op een organisme variëren :

  • volgens de dosis en de duur van de blootstelling
     
    • Bij hoge doses, zelfs gedurende een korte periode, zijn de effecten onmiddellijk en kunnen deze zeer ernstig zijn (vb. brandwonden). Er is sprake van deterministische effecten, omdat ze met zekerheid verschijnen, maar nooit onder een bepaalde dosisdrempel. Daarom moeten we er alles aan doen om deze drempel voor niemand te overschrijden.
    • Bij lagere dosissen wordt vooral gevreesd voor later optredende effecten zoals kanker en genetische afwijkingen bij het nageslacht. Het risico van optreden van deze vertraagde effecten hangt ook af van de ontvangen dosis: het wordt steeds kleiner naarmate de ontvangen dosis afneemt. Een drempelwaarde hiervoor is echter niet bekend, wat betekent dat zelfs een zeer kleine dosis ioniserende straling, in theorie, zou kunnen leiden tot kanker. (Maar met een zeer lage waarschijnlijkheid).
       
  • volgens het soort radioactieve deeltjes waaraan men wordt blootgesteld : sommige radioactieve atomen verspreiden zich homogeen doorheen het lichaam (vb. cesium), terwijl andere zich op één of meerdere organen concentreren (vb. jodium, die zich richt op de schildklier).
     
  • volgens de stralingsgevoeligheid van de blootgestelde organismen. De risico’s, bij gelijke doses, zijn sterk verschillend van persoon tot persoon. Foetussen, kinderen en zwangere vrouwen zijn het meest gevoelig voor de gevolgen van ioniserende straling.