Overslaan en naar de inhoud gaan

Mogelijke vormen van blootstelling aan ioniserende straling

Blootstelling aan ioniserende straling kan op twee manieren: door bestraling en door besmetting.

Bestraling

Bestraling treedt op wanneer we ons bevinden in de nabijheid van een radioactieve bron. Als het lichaam weg gaat van de bron of de bron dooft uit, dan stopt ook de bestraling. Er is niet noodzakelijk direct fysiek contact tussen het lichaam en het radioactieve materiaal. Dit is bijvoorbeeld het geval bij medische diagnoses via radiografie of scanner, waarbij het lichaam van de patiënt voor een korte periode aan röntgenstraling wordt blootgesteld.

Besmetting

Komen we fysiek in contact met radioactief besmet materiaal, dan spreken we over besmetting met radioactieve deeltjes.

  • Bij uitwendige besmetting hechten radioactieve deeltjes zich aan de huid, de haren of de kleren.
     
  • Inwendige besmetting vindt plaats wanneer het lichaam radioactieve deeltjes opneemt door inademing, door inneming via radioactief besmet voedsel of via een open wonde. In tegenstellng tot bestraling, kan besmetting overgedragen worden. Zolang de radioactieve bron niet wordt verwijderd, blijft de besmetting bestaan, net zoals de bloodstelling die daarvan een gevolg is.