Overslaan en naar de inhoud gaan

Geologische berging van radioactief afval

Definitie geologische berging

De term 'geologische berging' verwijst naar de berging van radioactief afval in een ondergrondse bergingsfaciliteit in een stabiele geologische formatie om de afvalstoffen op lange termijn in te sluiten en te isoleren van de toegankelijke biosfeer.

Situatie in België : Nationaal beleid voor het langetermijnbeheer van hoogactief en / of langlevend afval

De omzetting in het Belgisch recht van Richtlijn 2011/70/EURATOM van de Europese Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, kwam tot stand via een wijziging van artikel 179 van de wet van 8 augustus 1980. Door deze omzetting moeten er nationale beleidsmaatregelen worden ingevoerd met betrekking tot het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof. Deze nationale beleidsmaatregelen worden genomen bij koninklijk besluit, overlegd in de Ministerraad, op voorstel van NIRAS en na advies van het FANC.

De raad van bestuur van NIRAS heeft op 9 februari 2018 besloten om geologische berging voor te stellen als nationaal beleid voor het langetermijnbeheer van hoogactief en / of langlevend afval. Een ontwerp van koninklijk besluit met dit voorstel is in voorbereiding en zal voor advies aan het FANC worden voorgelegd.

FANC Advies inzake het nationale programma voor het beheer van verbruikte brandstof en radioactief afval (april 2015)

In haar advies betreffende het nationale programma voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval heeft het FANC de volgende aanbevelingen gegeven met betrekking tot de vaststelling van nationaal beleid.

  1. Op basis van de op dit moment beschikbare documenten moet het nationale beleid voor de langetermijnbeheeroplossing voor B & C-afval worden beperkt tot een besluit inzake geologische opberging, met inbegrip van de opties "berging galerijen" en "diepe boringen".
  2. Besluiten over gastformaties moeten gebaseerd zijn op de toepassing van het principe van optimalisatie van de bescherming in overeenstemming met het ARBIS en internationale aanbevelingen.
  3. De meest optimale formaties vanuit het oogpunt van veiligheid moeten worden onderscheiden van een systematische vergelijking van potentieel gunstige formaties op basis van duidelijk geïdentificeerde veiligheidsattributen.
  4. De stappen in het besluitvormingsproces voor geologische opberging moeten minimaal de volgende beslissingen omvatten:
    1. selectie van een of meer gastformaties;
    2. selectie van de site of sites;
    3. beslissingen in verband met het vergunningsproces.

Volgens het FANC moeten de beslissingen met betrekking tot deze stappen worden ondersteund door een veiligheidsdossier. Dit veiligheidsdossier omvat met name een veiligheidsbeoordeling waaruit de geschiktheid van de gastformatie en de geologische omgeving getoond wordt, en het proces van optimalisering van de bescherming die heeft geleid tot de selectie van de gastformatie en / of de locatie.

Advies inzake AfvalPlan en bijhorende Strategic Environmental Assessment (februari 2011)

De doelstelling van het AfvalPlan en bijhorend Strategic Environmental Assessment (SEA) bestaat erin om de mogelijke beheeropties en hun impact te bekijken voor die afval types waarvoor vandaag nog geen institutioneel beleid voor het langetermijnbeheer bestaat.

In deze documenten bepleit NIRAS de diepe berging in weinig verharde klei als een geschikte beheersoplossing om mens en milieu duurzaam te beschermen tegen de risico’s verbonden aan hoogradioactief en / of lange levend afval.

Het FANC heeft een advies over het AfvalPlan en de SEA ingediend. Het FANC is van mening dat de ondergrondse berging van B en C-afval, in de huidige stand van kennis, de veiligste oplossing is teneinde de middellange en lange termijn veiligheid te garanderen en de belasting voor toekomstige generaties te beperken door het passief veilig karakter van een geologische berging.

Inderdaad is het opslaan van hoogradioactief en / of langlevend afval (categorie B & C-afval), hetzij in afwachting van de ontwikkeling van nieuwe technieken, hetzij ‘eeuwigdurend’, is onverantwoord om de volgende redenen:

  1. Dit een permanente en langdurige last, namelijk toezicht, bewaking, onderhouden, repareren, … etc., zou betekenen voor de toekomstige generaties;
  2. Dit zou noodzaken dat de kennis nodig voor het beheer van bovenstaande lasten aanwezig blijft en de opleidingen daartoe blijvend georganiseerd worden;
  3. Het potentiele risico op malafide praktijken hoger is dan voor andere opties met name (niet aan de oppervlakte) gezien de bereikbaarheid van de materialen aan de oppervlakte;
  4. Het volume radioactieve stoffen door herconditionering alleen maar zou toenemen en er dus steeds meer opslagcapaciteit dient beschikbaar gesteld te worden in functie van tijd;
  5. Het feit dat hoe dan ook een definitieve oplossing dient gezocht te worden voor het ultiem radioactief afval, en waarbij het niet nemen vandaag van een beslissing voor dit type afval, zou neerkomen op het doorschuiven van de verantwoordelijkheid naar de toekomstige generaties.

Wat geologische berging in weinig verharde klei betreft, is het FANC van mening dat het vandaag niet mogelijk is een beslissing te nemen betreffende de geologische formatie. Inderdaad, niettegenstaande er vandaag geen argumenten voorliggen die de insluitingscapaciteit van de Boomse Klei in vraag stellen, is er geen evenwaardig technisch-wetenschappelijk argumentarium aanwezig betreffende andere potentiele gastformaties. Volgens het FANC verdient het daarom aanbeveling om voor potentiele formaties waarvoor vandaag weinig kennis voorhanden is, richtinggevende studies (screening) uit te voeren, parallel aan de voortzetting van het RD&D programma met betrekking tot de geschiktheid van de Boomse Klei. De aspecten van insluiting maar ook van isolatie, met het doel mens en milieu te beschermen tegen de blootstelling aan het afval dienen deel uit te maken van een technisch-wetenschappelijke globale beoordeling van de formatie in haar omgeving waarbij rekening gehouden wordt met de van toepassing zijn de nationale en internationale vereisten, principes en aanbevelingen (FANC, IAEA, ICRP, ... ).

Voorbereiding van de herziening van de regelgeving van de eerste 'Safety and Feasibility Case'

NIRAS is voornemens een eerste veiligheidsrapport met de naam "SFC1" op te stellen (Safety and Feasibility Case 1). Dit document omvat de toepassing van veiligheidsmethoden, de stand van de fenomenologische kennis en de presentatie van het gekozen design. In deze context is het FANC doorgegaan met het ontwikkelen van de bestaande voorschriften (ontwerpen van koninklijke besluiten, gids, enz.) met betrekking tot de veiligheid van geologische berging.  Deze voorschriften zijn noodzakelijk voor de ontwikkeling van SFC1 en het toekomstige nationale programma.  Ze bepalen de veiligheidsdoelstellingen, principes en eisen waaraan moet worden voldaan bij de ontwikkeling en implementatie van een geologische berging. Het uitvoeren van een veiligheids- en haalbaarheidsonderzoek vereist overleg tussen NIRAS en de veiligheidsinstantie. Deze uitwisselingen maken het mogelijk om ervoor te zorgen dat de doelstellingen en methodologieën overeenkomen met de verwachtingen van het FANC op het gebied van veiligheid. Daartoe hebben NIRAS en het FANC een werkprogramma opgesteld waarin de thema's worden vastgelegd waarover overleg moet plaatsvinden. Deze omvatten de methodologische hulpmiddelen die NIRAS zal implementeren om de veiligheid in het kader van SFC1 te bestuderen.

Samen met zijn filiaal Bel V stelde het FANC een strategische agenda op voor onderzoek en ontwikkeling, die met name steunt op een aantal internationale samenwerkingen. Het is immers belangrijk dat het FANC en Bel V onafhankelijk onderzoek verrichten om: 

  • een voldoende brede en stevige kennisbasis te behouden om zich ervan te vergewissen dat de veiligheidseisen die ze uitvaardigen degelijk gegrond en geschikt zijn;
  • hun technische en wetenschappelijke vaardigheden te ontwikkelen en te updaten;
  • in staat te zijn om de argumenten van de ontwikkelaar/exploitant kritisch te benaderen.

Goede communicatie tussen NIRAS en het FANC is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat de doelstellingen en methodologieën overeenkomen met de verwachtingen van het FANC op het gebied van veiligheid. Daartoe hebben NIRAS en het FANC een werkprogramma opgesteld waarin de onderwerpen worden omschreven waarover uitwisselingen moeten plaatsvinden.

Internationale samenwerking betreffende de geologische berging van radioactief afval

SITEX

In de Richtlijn 2011/70/EURATOM van de Europese Raad van 19 juli 2011 wordt een communautair kader vastgelegd voor het verantwoordelijk en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval. Het verklaart ook dat op technisch niveau wordt aanvaard, dat geologische berging momenteel de veiligste en meest duurzame optie is als eindpunt van het beheer van hoogactief afval en verbruikte brandstoffen die als afval worden beschouwd.

Het doel van het SITEX-project is het opzetten van een netwerk dat de Europese aanpak van technische expertise in geologische berging voor radioactief afval kan harmoniseren. SITEX brengt 15 organisaties samen die technische veiligheidsorganisaties (TSO's) en veiligheidsautoriteiten vertegenwoordigen, evenals specialisten uit het maatschappelijk middenveld. SITEX helpt de voorwaarden vast te stellen die nodig zijn voor het ontwikkelen van een duurzaam netwerk van technische expertise. SITEX werkt onafhankelijk van afvalproducenten. 

WENRA-Safety Reference Levels (SRL) voor geologische berging

Het FANC bepaalde mee de specifieke referentiecriteria voor de definitieve berging van radioactief afval, uitgevaardigd door WENRA (Western European Nuclear Regulators Association). Deze omvatten de belangrijkste veiligheidsdomeinen, zoals het beheer van de veiligheid, de ontwikkeling van de berging, de acceptatie van afval voor berging en de verificatie van de veiligheid. WENRA publiceerde in december 2014 een verslag met deze SRL's.

Samenwerkingen met IRSN voor geologische berging van radioactief afval

In het kader van zijn opdrachten, moet het FANC dossiers onderzoeken die beslissingen betreffende de geologische berging van radioactief afval ondersteunen. De afdichting waarmee de geologische berging wordt afgesloten is essentieel om de veiligheid te garanderen. Het FANC voorziet in een co-financiering met het IRSN (Institut de Radioprotection et de Sûreté Nucléaire) in een studie over het hydromechanische gedrag van afdichtingsmaterialen bestaande uit een mengsel van zwellende klei. Dankzij de ontwikkelde modellen, inclusief simulaties specifiek voor het Belgische programma, worden de belangrijkste processen voor de veiligheid bepaald. Dit betreft met name de beheersing van mogelijk watertransport naar hoger gelegen watervoerende lagen en de biosfeer op lange termijn. De studie begon in oktober 2014 en duurt 3 jaar.

Samenwerking in het kader van het Mont Terri ondergronds laboratorium

Het FANC is lid van het consortium Mont Terri, dat het ondergronds laboratorium beheert. In dit kader werkt het FANC mee aan studies over interactie tussen bitumen, nitraat en klei, over interactie tussen cement en klei en over de belangrijkste transportmechanismen van radionucliden.

Integration Group for the Safety Case (IGSC)

Het FANC is lid van de IGSC, een werkgroep van het Nuclear Energy Agency van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). De taak van de IGSC bestaat uit het formuleren van aanbevelingen in het kader van de ontwikkeling van veiligheidsdossiers voor definitieve opslag. De groep fungeert tevens als platform waar veiligheidsexperts ideeën uitwisselen.

IAEA-GEOSAF

Het FANC is betrokken bij het GEOSAF-project (International Intercomparison and Harmonisation Project on Demonstration of Safety of Geological disposal ofwel harmonisering van de verwachtingen op het gebied van de operationele veiligheid en de veiligheid op lange termijn van de geologische berging), een initiatief van het IAEA. Het doel is om te komen tot een gemeenschappelijke interpretatie op het gebied van operationele veiligheid van een geologische berging, waarin de veiligheid op lange termijn (na de sluiting van de berging) wordt geïntegreerd.

IAEA-HIDRA

Het FANC neemt deel aan het HIDRA-project (Human Intrusion in the context of Disposal of Radioactive Waste ofwel menselijke tussenkomst bij het verwijderen van radioactief afval ), met name aan werkgroep “WG.3: Beschermende maatregelen”. Dit project is bedoeld om aanbevelingen te formuleren betreffende de verwerking van de menselijke handelingen in het dossier van de veilige definitieve opslag van radioactief afval, en meer bepaald in de veiligheidsanalyse.