Overslaan en naar de inhoud gaan

Vergunningsprocedure

Oprichtings- en exploitatievergunning

Elke inrichting van klasse I, II, IIA of III moet een oprichtings- en exploitatievergunning verkrijgen.

Dat is de eerste fase van de controle die het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) uitoefent. Zij gaat vooraf aan de opstart of, daarna, aan elke wijziging of uitbreiding van de activiteiten/installaties waarvoor het FANC een aanpassing van de exploitatievergunning nodig acht. Voordat de vergunning wordt verleend, maakt de aanvraag het onderwerp uit van een grondige studie en evaluatie, die alle aspecten met betrekking tot de nucleaire veiligheid onderzoeken.

We verzamelen diverse adviezen van nationale en internationale autoriteiten en van Bel V of van de betrokken erkende instelling. Voor de grote nucleaire installaties brengt ook de Wetenschappelijke Raad voor ioniserende straling zijn advies uit over de aanvraag en kan er een openbaar onderzoek uitgevoerd worden in de omliggende gemeenten. In het geval van een positief advies, kan de Koning de vergunning verlenen.  

Na het toekennen van de oprichtings- en exploitatievergunning, moet de installatie opgeleverd worden vooraleer ze in werking kan treden. Op dit niveau kijken het FANC en Bel V na of de betrokken erkende instelling of installatie voldoet aan de voorwaarden in de oprichtings- en exploitatievergunning.

De vergunningsprocedure van inrichtingen en de vereiste adviezen voor hun toekenning hebben betrekking op het belang van het potentieel risico verbonden aan de exploitatie van de betrokken inrichting.

Ontmantelingsvergunning

Wanneer de exploitant van een inrichting (van klasse I, II of III) besluit te stoppen met (één van) zijn activiteiten, moet hij voornamelijk het FANC, NIRAS en andere betrokken openbare diensten op de hoogte brengen.

  • Voor de inrichtingen van klasse I en klasse IIA, moet deze ontmanteling het onderwerp uitmaken van een vergunningsaanvraag. Alle radioactieve stoffen moeten een bestemming hebben die de verwijdering, de recyclage of het hergebruik in correcte omstandigheden verzekeren. De aanvraag voor een ontmantelingsvergunning volgt een gelijkaardig traject als de aanvraag voor een exploitatievergunning (advies Wetenschappelijke Raad en nationale autoriteiten, publieke onderzoeken,…). Deze vergunning wordt verleend op basis van een dossier over de modaliteiten van een ontmanteling, vergezeld van een voorbereidend veiligheidsrapport van de ontmanteling en, indien nodig, een milieu-impactstudie.
     
  • Voor de installaties van klasse II en III en die betrekking hebben op een erkende professionele activiteit moet de exploitant, alvorens over te gaan tot hun ontmanteling,  het FANC onmiddellijk in kennis brengen. Dit advies omvat minstens een indicatie van de bestemming of het hergebruik van de radioactieve stoffen